Jef Bergsma – Enterprise Architect, Architetuur filosoof

MIA 2e editie – 1 boek in 5 delen

covers van de boeken Dwars door de Orde en Moderne Informatie-architectuur

Een architect kijkt niet naar wat er is zonder te vragen wat er ook had kunnen zijn. Dat is een beroepshouding, maar ook een levenshouding. Wie eenmaal gewend is te denken in structuren, patronen en samenhang, ziet die ook waar anderen ze niet zoeken, zoals in de manier waarop een organisatie informatie bewaart, deelt en vergeet.

De eerste editie van MIA vertrok vanuit die houding. Ze stelde de vraag wat er nodig is om informatie betrouwbaar, herbruikbaar en verantwoord toegankelijk te houden, ook wanneer ze verspreid is over systemen, organisaties en ketens. De begrippen waren geformuleerd, de visie was neergelegd. Wat beter kon was de uitwerking voor de mensen die deze visie moeten dragen. Het bestuur dat keuzes maakt. De manager die op informatie stuurt. De architect die het ontwerpt.

Die uitwerking is wat de tweede editie brengt en is in een belangrijk mate geïnspireerd op Dwars door de Orde, inzichten van een regeringscommissaris (Arre zuurmond) die confronterend en herkenbaar zijn. 

MIA verschijnt in vijf delen, elk met een eigen perspectief. Elk deel is zelfstandig leesbaar en samen vormen ze één samenhangend geheel. Dat is niet alleen een uitgeversbeslissing, het is een architectuurovertuiging. Het Zachman-raamwerk heeft ons geleerd dat hetzelfde vraagstuk op elk besluitniveau anders gesteld moet worden en anders beantwoord. Wat een bestuurder moet kunnen afwegen, is niet wat een architect moet kunnen ontwerpen. Maar het mag nooit tegenstrijdig zijn. Die samenhang is het bindweefsel van dit boek.

De inhoudelijke kern is onveranderd. Wat er wél is bijgekomen, is het begrip informatiepositie als centraal ankerpunt:

Een moment waarop een actor iets kan weten, aantonen en verantwoorden.

In de eerste editie was dat begrip aanwezig maar impliciet. Nu is het uitgewerkt als het scharnier tussen architectuur en bestuur, tussen ontwerp en verantwoording.

Vier jaar zijn een korte periode voor een architectuurvisie. Ze zijn een lange periode voor de wereld waarop die visie van toepassing is. De nieuwe archiefwet is er. De AI-Act is er. De verwachtingen van burgers, toezichthouders en ketenpartners zijn niet kleiner geworden. De informatiehuishouding van de overheid staat onder druk die niet afneemt. MIA geeft geen garanties in die wereld. Wat ze wel geeft, is een kader om verantwoorde keuzes te maken en om die keuzes aantoonbaar te maken tegenover degenen aan wie verantwoording verschuldigd is.

Nieuw in deze editie is ook de aandacht voor de organisatie die de architectuur moet dragen. Een ontwerp dat niet door mensen wordt gedragen, verandert niets. Deel III gaat expliciet in op de patronen die de implementatie blokkeren – niet technisch van aard, maar gedragsmatig, cultureel en relationeel. Architectuur is een antwoord op een vraag. Maar de vraag zelf wordt gesteld in een organisatie, door mensen met belangen, gewoontes en angsten. Wie dat negeert, ontwerpt voor een wereld die niet bestaat.

Dit boek is geschreven als een leerboek. Elk deel is zelfstandig leesbaar en gericht op een eigen perspectief en doelgroep. Wie als manager alleen deel III leest, vindt daarin wat hij/zij nodig heeft. Wie als architect alleen deel IV leest, ook. Deel I legt de gemeenschappelijke grondslag – de begrippen, de context, de architectuurvisie – en is voor elke lezer een logisch startpunt. Wie alle vijf delen leest, ontdekt hoe ze elkaar versterken.

De vraag die MIA centraal stelt is moreel en niet primair technisch.

Hoe zorgen we dat informatie recht doet aan de mensen over wie zij gaat, de mensen die haar gebruiken en de organisaties die haar bewaren?

Een vraag die moreel van aard is, verdraagt geen eenmalig definitief antwoord. Ze vraagt om een houding, de bereidheid om bij elk ontwerpbesluit opnieuw te toetsen of de keuze recht doet aan de mensen om wie het gaat. Dit boek reikt het kader aan om die toetsing mogelijk te maken.

Dit boek is niet alleen van mij. De vragen die het stelt, zijn in vele gesprekken onderzocht. De antwoorden die het aandraagt, zijn getoetst op degelijkheid en op formuleringen die soms te glad of te zeker waren. Daarin zijn collega’s en betrokkenen onmisbaar geweest. Ik wil Danieël Jumelet, Koen Bohé, Una van Hoof, Andre Hollands en Erik van Geel expliciet noemen zonder andere betrokkenen tekort te willen doen. Verschillende bijdrages, ieder op een eigen manier, als doorvragen, tegenspreken en suggesties beter te formuleren, hebben geholpen mijn ideeën om te zetten in dit boek. Een architectuurvisie die alleen door haar auteur wordt gedragen, is geen architectuurvisie maar een mening. De verschillende bijdrages zijn onmisbaar voor het resultaat

De nieuwsgierigheid waarmee de eerste editie werd geschreven, is onveranderd. Er valt nog genoeg te ontdekken.

Hier vind je de pdf van deel I – Context en Basis