De Architectuur van Vertrouwen

Maatschappijregie

Een persoonlijke beschouwing op regeren en een rechtvaardige samenleving

Soms dwingt een krant je om je eigen gedachten eindelijk op een rij te zetten. Dat overkwam mij afgelopen zaterdag, 21 februari, toen ik in NRC een reeks dringende adviezen aan het nieuwe kabinet las. Dertien mensen, elk vanuit hun eigen achtergrond, spraken zich uit over wat er nodig is. Het raakte me. Niet omdat ik alles nieuw vond, maar omdat het mij inspireerde mijn eigen gedachten eens echt op een rij te zetten. 

Ik schrijf dit vanuit drie rollen die in mij samenkomen en soms botsen. Als enterprise architect kijk ik naar de samenhang der dingen. Architectuur is voor mij de invalshoek om een rechtvaardige samenleving vorm te geven. In mijn werk voor de overheid (onder andere met de Moderne Informatie-architectuur, MIA) zie ik hoe het systeem werkt, maar vooral ook hoe het vastloopt in domeinen en zuilen. Als professional ben ik dus betrokken bij de overheid, en als burger ben ik betrokken bij de samenleving waarin mijn kinderen moeten leven. Het is als een Enterprise Architectuur Visie op de maatschappij verre van compleet, voor nu zet ik een aantal rechtvaardigheidsbeginsels bij elkaar. 

Ik ben me er terdege van bewust dat ik zelf onderdeel ben van het systeem dat ik hier bekritiseer. Ook ik profiteer van sommige van de ongelijkheden die ik hier benoem. Dat maakt het schrijven ongemakkelijk, maar niet minder oprecht. Want als mensen die het systeem kennen er niet over spreken, wie dan?

Architectuur als antwoord op verkokering

Wat voor maatschappij willen we zijn? Dat is de fundamentele vraag die beantwoord moet worden. Als architect weet ik dat je zonder langetermijnvisie geen effectieve sturing kunt geven aan ontwikkelingen. Als je niet weet wat je wel en niet wilt, is de uitkomst van je handelen bijna altijd teleurstellend. Daarbij kun je de koers niet stabiel houden en werk je je eigen eerdere initiatieven soms tegen. De omgeving raakt het spoor bijster en vindt je onbetrouwbaar. Terecht.

Daarbij geldt dat je naar de samenhang van alle aspecten in samenhang moet kijken, een holistische benadering van de werkelijkheid. Hoe verleidelijk het ook is om zaken op te delen in bestuurlijke domeinen, visie en sturing in de realiteit vraagt om samenhang. De werkelijkheid is immers ondeelbaar. Bestuurlijke verkokering is een kunstmatige beheersmaatregel die de integrale rechtvaardigheid voor de burger in de praktijk kan vernietigen.

Maatschappijregie is regeren. Niet in de smalle zin van het woord, als het winnen van verkiezingen of het sluiten van coalities, maar in de brede zin: het bewust en verantwoordelijk sturen van een samenleving in de richting van een gedeeld toekomstbeeld. Dat vraagt om architectuur. Dat vraagt principes die de koers borgen, zodat keuzes consistent en uitlegbaar blijven, ook bij maatschappelijke tegenwind. En dat vraagt de moed om de consequenties van je keuzes te dragen, ook als ze pijn doen.

Ontwerp of ad-hoc reparatie

Als je vraagstuk complex is begin je met een ontwerp. Je denkt na over samenhang, over wat je wilt bereiken, over de consequenties van je keuzes. Pas dan ga je aan de slag. Ontwerp dwingt immers een overwogen koers af: zonder samenhangend langetermijnontwerp is elk bestuurlijk handelen slechts een destructieve ad-hoc reparatie. Iedere keuze heeft consequenties en het is niet realistisch te doen alsof er geen nadelen zijn. Binnen de architectuur werken we daarom met principes die we hanteren als leidraad bij het maken van keuzes en het wegen van nadelen. Principes in het hoogste, meest abstracte perspectief vormen je visie en beleid dat kaderstellend is bij de uitwerking. Het rechtvaardigt nadelen als gevolg van keuzes binnen die kaders.

Bestuurlijk lijkt het regelmatig andersom te werken. Daar begint het vaak met een incident zonder degelijk onderzoek naar de oorzaak. Er volgt een (aanvullende) maatregel, en vervolgens een corrigerende maatregel op de grensgevallen als daar reacties op komen. En zo stapelen we regels op regels en verdwijnt de bedoeling steeds verder uit zicht.

Kijk naar de Toeslagenaffaire of de compensatieregeling in Groningen. Beide begonnen als een onvolkomenheid in wetgeving en beleid. Maar de werkelijke pijn zit in wat daarna kwam: een afhandeling vanuit wantrouwen, verkokerd in domeinen, gericht op het bewaken van grenzen en het beheersen van kosten. En daarbij lijken we liever te investeerden in proceskosten, adviseurs en advocaten dan in een ruimhartige oplossing voor de mensen die het trof. Dat is geen uitvoeringsfout meer. Dat is een architectuurfout in de respons. Het NRC vroeg dertien mensen naar hun advies aan het nieuwe kabinet. Meerdere stemmen wezen op precies dit patroon.

Een grensgeval oplossen met een aanvullende regel betekent dat je twee nieuwe grensgevallen introduceert om er één op te lossen. Dat is een vorm van struisvogelpolitiek die laat zien dat je de consequenties van je keuzes niet wilt dragen. Vaak is dit geen toeval maar het resultaat van lobbywerk: belangengroepen die precies in dat grensgebied opereren en tegengas geven zodra een regel hen raakt. De aanvullende uitzondering die dan volgt is een onrechtvaardigheid ten opzichte van de initiële intentie. Ze laat zien dat de consequenties van een keuze niet worden aanvaard zodra iemand met genoeg invloed zich ertegen verzet. Het gevolg is dat wetten, regels en beleid onoverzichtelijk en onrechtvaardig worden, de logische samenhang wordt ondermijnd en het initiële doel verloren gaat. Dat gaat verder dan de informatiepositie alleen maar is hier zeker aan gerelateerd.

De samenhang in maatschappelijke uitdagingen

Als we de architectuurbenadering – het denken in samenhang – loslaten op de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd, zien we dat de oplossingen niet in geïsoleerde domeinen liggen, maar in fundamentele, overkoepelende keuzes. Hieronder schets ik mijn visie op hoe maatschappijregie ingezet kan worden voor een eerlijkere samenleving, door juist die samenhang te zoeken.

  1. Gelijke kansen en de informatiepositie

Een overheid is er om voor en namens de burgers de regie te voeren over de inrichting van de samenleving. Daarbij is in beginsel iedere burger gelijk, ongeacht achtergrond, opleiding, rijkdom of woonplaats. De complexiteit is dat hoewel alle burgers gelijk zijn, de omstandigheden van burgers niet gelijk zijn.

De werkelijkheid is natuurlijk dat niet iedereen dezelfde kansen heeft. Waar je geboren bent is zeer bepalend voor je mogelijkheden, en dat vertaalt zich direct naar je informatiepositie. Niet iedereen heeft immers toegang tot dezelfde informatie; kennis en opleiding zijn mede bepalend voor de werkelijke informatiepositie van een burger. Een gelijke informatiepositie vraagt om twee dingen:

  • een overheid die helder communiceert in plaats van juridisch,
  • een onderwijs dat iedere burger toerust met de basiskennis die nodig is om volwaardig mee te doen in het maatschappelijk verkeer.

Wie niet beschikt over voldoende voorkennis of toegang tot die kennis, kan de juiste informatie er simpelweg niet uit halen. Dat is geen persoonlijk tekort van de burger. Dat is een ontwerpfout van de overheid.

Ik ben van mening dat je ernaar moet streven dat eenieder dezelfde kansen krijgt, en dat je deze geboorte- en kennisverschillen als regievoerder van de maatschappij moet proberen te nivelleren. Gelijkheid vraagt om een vorm van nivellering voor een werkelijk eerlijke start.

Dat vraagt om een complexe verandering die niet zomaar wordt bereikt omdat we in de basis als volwassenmensen als zijn gevormd naar het huidige systeem. Investering in de jeugd moet daarom altijd een prioriteit zijn. Gelijkwaardig onderwijs, sport en ontwikkeling zijn de basis voor de toekomst. Daarbij gaat het niet alleen om toegang tot het zogenaamd hoger onderwijs, maar om een degelijke basis in maatschappelijke betrokkenheid en persoonlijke ontwikkeling, gevolgd door een opleiding tot professional, een beroep. Vakmanschap is de ruggengraat van onze samenleving. Maak praktische vakmensen net zo belangrijk als theoretische vakmensen, erken hun belang in de maatschappij en betaal ze navenant. Waardering en beloning moeten de maatschappelijke noodzaak van het beroep volgen, niet de theoretische hoogte van de opleiding.

  1. Gezondheid, preventie en de grens van solidariteit

Gelijke kansen beginnen bij een gezond lichaam en een gezonde geest. Maar ons zorgsysteem is nu vooral ingericht op ‘herstel’ en ‘correctie’ achteraf, in plaats van op voorkomen van ellende. Dat is niet alleen duur, het zorgt ook voor een verlies aan levenskwaliteit. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Preventie moet de norm zijn investeer proactief in het voorkomen van onheil. Dit heeft een samenhang met bereikbaarheid van gezond voedsel, verantwoorde productie en zorg voor de omgeving en de natuur.  Economie raakt aan de gezondheid op meerdere vlakken.

En een eerlijk toekomstbestendig zorgsysteem vraagt om een eerlijk gesprek over gedrag en consequenties. Wie bewust ongezond handelt, legt een onevenredig beslag op de collectieve middelen. Dit zou moeten leiden tot een hogere bijdrage aan de herstelkosten. Dit is niet gericht op het straffen van mensen, maar om de balans tussen individuele vrijheid en collectieve solidariteit te herstellen. Voorwaardeis dan wel dat gezond gedrag minstens zo bereikbaar is als ongezond gedrag en eigenlijk beter bereikbaar zou moeten zijn. Denk aan betaalbaarheid van gezond voedsel, toegang tot sport en beweging, een goede leefomgeving.

Hier raakt de discussie over zorgkosten ook direct aan het principe van zelfbeschikking. Een complex onderwerp dat een eigen podium verdient. Het gaat hier in de kern over de rol van het systeem: faciliteert zij een collectief, moreel maatschappelijk geweten dat boven de wil van het individu wordt geplaatst? En dat terwijl het systeem de informatiepositie – het werkelijke, diepe lijden van dat individu – helemaal niet kent? Het dwingen van individuen om zichzelf, en daarmee ook de omgeving, te blijven belasten is geen empathie, maar moreel egoïsme.

  1. Eerlijkheid over de prijs en een verantwoorde economie

Alles heeft een prijs, daar moeten we duidelijk over zijn. En die prijs moet volledig en eerlijk zijn, alle kosten van productie en consumptie zouden integraal in de prijs verwerkt moeten zijn. De opbrengsten moeten vervolgens terecht komen waar de kosten ontstaan – bij producent, verwerker, milieu en maatschappij. Gebruik belastingen voor een eerlijke vergoeding voor omgevings- en milieuschade. Breek bestaande heilige huisjes met schadelijke historische voorkeursposities af. De prijs voor de omgeving en het milieu geldt voor iedereen. Waarom betaalt de luchtvaart geen BTW op brandstof of een eerlijke prijs voor de omgevings- en milieuschade? Waarom kunnen grote vermogens in constructies worden verborgen terwijl minder bedeelden belasting betalen over hun beperkte vermogen? Dat zijn geen toevalligheden. Dat zijn uitkomsten van een systeem waarin kapitaal zich effectief organiseert. Economen als Thomas Piketty hebben laten zien hoe kapitaalconcentratie dit mechanisme versterkt en zichzelf in stand houdt.

Een eerlijke prijs is in veel gevallen een hogere prijs die om een groter besteedbaar inkomen vraagt om de koopkracht op pijl te houden. Dat is nodig voor de consument en voor de producent in een economische balans. De overheid kan hier een belangrijke bijdrage leveren. Dat kost geld maar kan ook veel besparen.

Ga bijvoorbeeld uit van een onbelast basisinkomen voor iedereen. Daarmee vervalt de noodzaak voor toeslagen en allerhande complexe regelingen die bijna niemand allemaal kan overzien. Het schept ook ruimte voor het schrappen van bijvoorbeeld aftrekposten in de inkomstenbelasting. Daarmee geven we eindelijk invulling aan de vereenvoudiging van het belastingsysteem waar al jaren voor wordt gepleit. Het rapport Aanpak fiscale regelingen (Ministerie van Financiën, 2023) onderzocht bijvoorbeeld 116 regelingen en vond er slechts 11 doelmatig. De conclusie lag er al de politieke wil ontbrak. En de kosten baten verhouding zou zomaar heel positief uit kunnen vallen en in ieder geval wordt het systeem weer begrijpelijk, toegankelijk en daarmee eerlijker.

Dezelfde logica geldt voor vermogen. Niet het bezit zelf is het probleem, maar de richting waarin het wordt ingezet.Maak grote investeringen die strijdig zijn met de maatschappelijke toekomstvisie minder aantrekkelijk. Niet door ze te verbieden, maar door ze zwaarder te belasten dan investeringen die bijdragen aan een duurzame samenleving. Dit pleit voor het stoppen met verkapte subsidies voor het gebruik van fossiele brandstoffen. Het IMF berekende in 2023 dat impliciete subsidies voor fossiele brandstoffen wereldwijd oplopen tot biljoenen dollars per jaar. Nederland vormt hierop helaas geen uitzondering. En ook dit heeft een architecturale samenhang met andere onderwerpen. Alternatieven moeten beschikbaar zijn en betaalbaar zijn, nut en noodzaak voor het maatschappelijk belang moet expliciet gemaakt worden en de transitie zelf moet financieel haalbaar zijn.

Deze politieke keuzes lijken misschien puur linkse of progressieve idealen, maar ze hebben in de kern een sterk liberaal karakter. Liberalisme gaat immers over vrijheid van keuze, niet over vrijheid van gevolgen. Een eerlijke prijs beschermt die vrijheid, omdat ze voorkomt dat de rekening bij anderen terechtkomt. De keuzes openen een verantwoorde economische ontwikkelrichting die duurzaam en verantwoord rendabel is. Zonder de vrije investeringskeuze te verbieden. De maatschappijregie stuurt alleen actief in de juiste richting.

Arbeid heeft ook een eerlijke prijs. Een basisinkomen lost dit deels op. Maar het lost niet op wat er structureel misgaat in de loonvorming. Als die prijs voor arbeid structureel te laag is, betaalt de samenleving de rekening via zorg, armoede en verlies van koopkracht. Het huidige model van extreme winstoptimalisatie zorgt er bijvoorbeeld voor dat personeelskosten zo laag mogelijk worden gehouden. Ergens zit een grens waarbij werknemers als groep te weinig bestedingsruimte overhouden om de geproduceerde producten en diensten überhaupt nog af te nemen. De economische balans raakt dat verstoord en is dus economisch zelfdestructief.

Ook overproductie zoals bijvoorbeeld in de Nederlandse vleesindustrie is op zichzelf geen probleem, mits alle kosten ervan ook daadwerkelijk in de prijs verwerkt zitten. Nu is dat niet zo. Milieu- en maatschappelijke schade worden afgewenteld op de samenleving, terwijl de winst in het handelssysteem blijft plakken. Dat is geen marktwerking, dat is subsidie voor vervuiling. Belast wat schade veroorzaakt die niet in de prijs zit. Zo ontstaat een eerlijke markt voor eerlijke producten en diensten.

  1. Publieke voorzieningen zijn geen markt

Onderwijs, zorg, infrastructuur, energie, waterhuishouding en openbaar vervoer zijn geen producten. Het zijn de vitale randvoorwaarden voor een functionerende samenleving. Deze voorzieningen horen niet thuis in een winstmodel. Wanneer er winst wordt gemaakt op publieke voorzieningen, vloeit er kapitaal weg dat eigenlijk bestemd was voor het maatschappelijk belang.

Marktwerking in de publieke sector wordt vaak verkocht als een weg naar efficiëntie. De praktijk laat het tegendeel zien. Het leidt tot een verschraling van de kwaliteit, zoals we zagen bij de aanbestedingen van het openbaar vervoer. Het leidt tot gevaarlijk late investeringen, zoals bij de huidige crisis op het elektriciteitsnet. En het leidt tot keuzes die gericht zijn op winstoptimalisatie ten koste van de dienstverlening.

De zorg is hier het meest schrijnende voorbeeld. Terwijl de zorgvraag stijgt en personeel onder enorme druk staat, vloeien er jaarlijks miljoenen euro’s aan winst weg naar private investeerders en aandeelhouders. In de thuiszorg en de jeugdzorg zien we hoe ‘minutenzorg’ en complexe aanbestedingen leiden tot bureaucratie in plaats van betere hulp. Winst maken over de rug van zieken en kwetsbaren is moreel niet te verdedigen en economisch ondoelmatig. Het geld dat we gezamenlijk opbrengen voor zorg, moet volledig aan zorg worden besteed.

Een ander pijnlijk voorbeeld is de woningmarkt. De liberalisering van woningcorporaties was bedoeld om de markt zijn werk te laten doen. De uitkomst was dat sociale huurwoningen werden verkocht voor kortetermijnwinst, terwijl de wachtlijsten voor woningzoekenden opliepen tot meer dan tien jaar. De parlementaire enquête naar woningcorporaties in 2023 liet zien hoe de focus op rendement de maatschappelijke opdracht volledig heeft uitgehold.

De overheid moet de regie terugnemen. Dat betekent een scherp onderscheid tussen regie en uitvoering. Regie betekent: bepalen wat de samenleving nodig heeft en onvoorwaardelijk waarborgen dat het er ook komt. De uitvoering kan in sommige gevallen worden aanbesteed aan private partijen, maar dan op basis van kostendekking, niet op basis van winstmaximalisatie.

Winst op publieke voorzieningen is geen beloning voor efficiency. Het is een onttrekking aan de samenleving. Het is geld dat we ophalen bij de burger om het vervolgens te laten verdwijnen in de zakken van aandeelhouders. Dat is geen marktwerking, dat is een systeemfout.

  1. Handelingsruimte: De architectuur van vertrouwen

 De menselijke maat is geen losstaand beleidsdoel, maar het resultaat van een bewuste architecturale keuze. In een gezonde maatschappijregie vormt alles een onlosmakelijk geheel: de kwaliteit van informatie, de rechtvaardigheid van de kostenverdeling, de diepte van de beroepsopleiding, de integriteit van de sturingsprikkels en de eerlijkheid van de beloningsstructuur. Bestuurlijk lef om te vertrouwen op vakmanschap is geen blinde gok, maar een logisch fundament dat pas kan bestaan wanneer deze randvoorwaarden in samenhang zijn ontworpen. Wanneer de architectuur rammelt, vlucht het bestuur in controle; wanneer de samenhang der dingen deugt, ontstaat er ruimte voor menselijkheid.

De samenhang der dingen begint bij de prikkels die we in het systeem inbouwen. Een zorgprofessional of docent werkt vanuit een beroepsprikkel: de intrinsieke motivatie om kwaliteit te leveren en mensgericht te handelen. Marktwerking heeft hier een winst- en efficiëntieprikkel tegenover gezet, waarbij sturing op kostenbeheersing en risicoreductie dominant is geworden. Wanneer deze logica’s botsen, wint in de huidige inrichting bijna altijd wat meetbaar is boven wat merkbaar is. Dat is geen incidenteel falen van individuen, maar een bewuste inrichting van de macht die vakmanschap ondergeschikt maakt aan systeemdoelen.

Arre Zuurmond analyseert in zijn eindrapport Dwars door de Orde (2025) hoe dit verkeerde prikkelontwerp de professional structureel wegdrukt. Omdat het bestuur de grip op de werkelijke impact van beleid is verloren door gebrekkige informatiearchitectuur, vlucht het in de schijnzekerheid van verantwoordingsbureaucratie. Men gaat ‘vinkjes tellen’ omdat men de betekenis van het werk niet meer begrijpt. Het resultaat is een wantrouwende overheid die vakmensen behandelt als uitvoerders van algoritmes in plaats van dragers van maatschappelijke waarde.

Een robuuste samenhang rondom van vertrouwen doorbreekt deze spiraal door te investeren in de integrale randvoorwaarden van vakmanschap:

  • een stevige opleiding,
  • een eerlijke beloning ,
  • een gelijkwaardige informatiepositie.

Wie professionals de middelen en de status geeft om hun werk goed te doen, creëert de veiligheid die nodig is om micromanagement los te laten. Vertrouwen wordt dan een rationele uitkomst van een goed ontworpen systeem. De WRR waarschuwde in Weten is nog geen doen (2017) al dat theoretische modellen de werkelijkheid van burgers en vakmensen nooit mogen vervangen.

Uiteindelijk is handelingsruimte de lakmoesproef voor de hele maatschappijregie. Het is de optelsom van informatiekwaliteit, een rechtvaardige middelenverdeling en de moed om te sturen op publieke waarde in plaats van op rendement. Vrijheid bevat altijd risico, maar structureel wantrouwen veroorzaakt onherstelbare systeemschade. Alleen door de architecturale samenhang te herstellen tussen morele kaders en de autonomie op de werkvloer, kan de overheid weer een bondgenoot van de burger worden.

  1. Transities vragen lef en daadkracht

Grote veranderingen zijn nooit enkelvoudig. De transitie waar we voor staan vraagt gelijktijdige verschuivingen op drie niveaus: cultureel, maatschappelijk en economisch. Dat maakt haar complex en ook af en toe ongemakkelijk. Geen van deze verschuivingen kan wachten totdat de andere is voltooid, ze moeten in samenhang worden ingezet en geregisseerd. De toekomst is hier de opdrachtgever, en die opdrachtgever wacht niet.

De verantwoordelijkheid voor deze transitie is verdeeld over generaties. De huidige generatie maakt de start: zij legt de architectuur, stelt de kaders en neemt de eerste pijnlijke beslissingen. De nieuwe generatie maakt het af, zij geeft de herinrichting van de samenleving echt vorm. Wie vandaag de jeugd niet voorbereidt op die opdracht, saboteert de transitie nog voordat ze is begonnen. Bezuinigen op onderwijs, sport en jeugdvoorzieningen leveren misschien een sluitende begroting op papier op, maar het is de favoriete ingreep van spreadsheetmanagement gericht op kosten niet op de consequenties.

Deze boekhoudkundige kortzichtigheid is symptomatisch voor een breder probleem. We behandelen de toekomst als een soort onuitputtelijke bron van krediet. Maar wie de investering in de volgende generatie schrapt om vandaag de balans te laten kloppen, pleegt exact dezelfde roofbouw als we ook op de fysieke wereld doen. Beide vormen van uitputting zijn per definitie eindig. Of het nu gaat om resources, het klimaat, de biodiversiteit of het maatschappelijk vermogen van onze kinderen: als we niet bijsturen, keert de wal het schip.

Toon daarom lef en verantwoordelijkheid door regie te voeren met de toekomst voor ogen, en niet het eigen kortetermijnbelang. Accepteer dat verandering een prijskaartje heeft en dat vandaag investeren goedkoper is dan morgen repareren. Realiseer je ook dat de benodigde investering niet lager wordt naarmate we langer wachten. Het borgen van de verandering die wij vandaag inzetten, is alleen mogelijk als we de generatie die het moet afmaken de middelen en de vorming geven die daarvoor nodig zijn. Regeren is vooruitzien.

  1. Slot: architectuur als morele keuze

Ik ben architect. Ik geloof in de samenhang der dingen. Ik geloof dat je problemen beter kunt voorkomen dan oplossen. Ik geloof dat samenhang meer oplevert dan verkokering. Dat zijn geen abstracte principes. Het zijn de lessen die ik trek uit alles wat ik om me heen zie mislukken.

Maar ik ben ook mens. Ik zie de onrechtvaardigheid om me heen en ik voel de ongemakkelijkheid van mijn eigen positie daarin. Ik heb geen blauwdruk, maar ik heb wel overtuigingen, een richting en de bereidheid om mijn deel van de last te dragen. Een toekomstbestendige samenleving vraagt niet om perfecte plannen. Ze vraagt om mensen die durven te kiezen, ook als de keuze pijn doet.

De richting is helder: een samenleving die haar burgers serieus neemt, die eerlijk is over de prijs van keuzes, die de toekomst zwaarder laat wegen dan het heden, en die de regie over het eigen leven teruggeeft aan de mensen die het leven leven. Dat vraagt om architectuur: het bewust ontwerpen van samenhang tussen informatie, rechtvaardigheid, vakmanschap en vrijheid. Niet als technische exercitie, maar als morele keuze.

Zonder architectuur geen regie.

Zonder regie geen vrijheid.

Zonder vrijheid geen rechtvaardigheid.

En zonder rechtvaardigheid verliest een samenleving haar ziel.