Digitale Agenda getoetst – PVV

Samenvatting

Digitalisering is geen inhoudelijke pijler maar komt zijdelings en vooral repressief aan bod. Visie en kaders ontbreken; rechten, uitvoering en financiering blijven oningevuld. Waar het programma wél concreet is (digitale schandpaal, afwijzen digitale euro, inzet camera’s/drones), ontbreekt de noodzakelijke inbedding in rechtsstaat, uitvoering en publieke waarden. Een volwassen digitale agenda vraagt het tegenovergestelde: duidelijke bestuurlijke regie, publieke waarden expliciet borgen, kiezen voor open standaarden en selectief, persistentiewaardig bewaren, structurele leercycli volgens Dwars door de Orde, plus realistische financiering. Dat alles ontbreekt hier vrijwel geheel.

Er is geen samenhangende digitale visie of agenda. Waar het wél concreet wordt, overheerst incident- en strafrechtdenken (o.a. “digitale schandpaal”) en politieke stellingname tegen Europese ontwikkelingen (digitale euro), zonder uitwerking naar publieke waarden, uitvoering of bekostiging. De paar digitale punten zijn vooral randverschijnselen en missen richtinggevende kaders voor overheid en samenleving. Dat maakt het moeilijk om te beoordelen hoe de partij digitalisering wil benutten of begrenzen op een manier die toekomstvast, rechtmatig en uitvoerbaar is.

 


Hieronder staat mijn beoordeling van het PVV verkiezingsprogramma op het thema digitalisering. Ik hanteer hetzelfde toetsingskader zoals ook voor de andere verkiezingsprogramma’s, spiegel aan Dwars door de orde en kijk vanuit mijn MIA-perspectief.

 

A. Visie, sturing en samenhang

Een uitgewerkte digitale visie ontbreekt. Er is geen voorstel voor regie (zoals een minister/portefeuille, een meerjarenagenda of coördinatie over departementen) en geen spoor van architectuurprincipes (bijv. “open tenzij”, gegevensminimalisatie, of persistentiewaardig bewaren). In plaats daarvan staan losse politieke standpunten centraal, zoals verzet tegen invoering van de digitale euro—een financieel-monetair thema dat op zichzelf nog niets zegt over digitale overheid, publieke infrastructuur of burgerrechten.

 
B. Rechten, vrijheden en publieke waarden

De voorgestelde “digitale schandpaal” voor daders zet het programma op gespannen voet met proportionaliteit, privacy en de “menselijke maat”. Er is geen onderbouwing hoe dit verenigbaar is met het Europees mensenrechtenkader, noch hoe fouten worden voorkomen of hersteld. Er ontbreken kaders voor privacy-by-design, non-discriminatie door algoritmen, transparantie of toegang tot uitleg en bezwaar. Dit staat in schril contrast met wat je in een moderne digitale rechtsstaat verwacht.

 

C. Datahuishouding, standaarden en informatiepositie

Het programma zegt niets zinnigs over informatiestromen van overheid en semipublieke sector, open standaarden, open source (“open source tenzij”), dataminimalisatie of selectief, persistentiewaardig bewaren ten behoeve van verantwoording zonder alles op te slaan. Daarmee ontbreken precies de knoppen waar overheid en uitvoeringsorganisaties aan moeten draaien om wendbaar én rechtmatig te werken. Dwars door de Orde benadrukt juist het belang van standaardisering en het vermijden van vendor lock-in—kaders die hier volledig ontbreken.

 

D. Leren en verantwoorden (Dwars door de Orde)

De gewenste leercirkel (Plan-Do-Check-Act) komt niet terug. Er is geen voorstel voor structurele feedback-lussen, periodieke toetsing van algoritmen, of het publiek maken van effecten en lessen. Dwars door de Orde bepleit een responsieve overheid die normen én praktijk continu verbindt; in dit programma ontbreekt die systematiek, in een tijd waar digitalisering snel ontwikkelt en bestuurlijke bijsturing cruciaal is.

 

E. Toegankelijkheid en inclusie

Er is geen agenda voor digitale toegankelijkheid, digitale basisvaardigheden, mensgerichte kanalen naast online, of bescherming van groepen die minder meekomen. Zonder zulke kaders vergroot digitalisering makkelijk de kloof; hier lezen we geen enkele maatregel die dat voorkomt.

 

F. Economie, innovatie en digitale autonomie

Een economische of industriepolitieke digitale strategie ontbreekt. Er is geen richting voor AI, cloud-economie, datasoevereiniteit of mkb-innovatie, en ook geen inzet op Europese of nationale digitale waardeketens. Het verzet tegen de digitale euro is een macro-politiek standpunt, maar geen bedrijfs- of innovatiebeleid.

G. Veiligheid en weerbaarheid

Cyberweerbaarheid, vitale infrastructuur, basisnormen, opsporingscapaciteit en publiek-private samenwerking komen niet in beeld. Waar technologie wordt genoemd, gaat het om camera’s en drones aan de grens—een klassiek veiligheidsdossier—en niet om de weerbaarheid van systemen en processen waar burgers en bedrijven dagelijks op vertrouwen.

  

H. Uitvoering, toezicht en handhaving

Er is geen enkel voorstel voor uitvoerbaarheid: geen rol voor toezichthouders (AP/ACM/algoritmetoezicht), geen transparantie-eisen (bijv. algoritmeregister), geen minimaal toetsingskader vooraf (impactbeoordelingen), geen afspraken over open standaarden of lifecycle-management. Ook het principe van persistentiewaardig selectief bewaren—zodat verantwoording mogelijk is zonder alles te verzamelen—ontbreekt volledig. In plaats daarvan staan er maatregelen die juist extra juridische en operationele risico’s creëren (zoals een “digitale schandpaal”), zonder waarborgen of herstelmechanismen.

 

Financiering

Een financieringsparagraaf voor digitalisering ontbreekt. Er zijn wel algemene uitspraken over minder geld naar “Brussel” en het stoppen van NPO-subsidies, maar die zijn geen structurele dekking voor digitale basisinfrastructuur, cybersecurity, informatiehuishouding, of digitale inclusie. Er worden geen bedragen, prioriteiten, faseringen of dekkingsbronnen genoemd die specifiek samenhangen met een digitale agenda. Het is daardoor niet duidelijk waar geld vandaan komt, waaraan het wordt besteed en wanneer. Dit maakt het programma financieel en uitvoeringsmatig niet realistisch op het thema digitalisering.

 

Zie ook:

  1. Analyse van het Verkiezingsprogramma van NSC
  2. Analyse van het Verkiezingsprogramma van VVD
  3. Analyse van het Verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA
  4. Analyse van het verkiezingsprogramma van PVV